a.r.t
EUROPA

Europa, je hebt ons onze steden ontnomen,
nu ontneem je ons ook het plattland,
je ontneemt ons onze eilanden, onze wouden,
onze avonden waarop het goed was te dromen.
Ik ben wakker nu, Europa, je zult me moeten doden.
Me vermoorden. Want dat kun je,
je hebt genoeg oorlogen en wapens onder je wielen
dat je ook iemand als ik onder de voet kunt lopen.
Je bent me een bestaan schuldig, Europa.
Je bent een dievegge.
Je ontneemt me mijn stem.
Politiek hoort niet langer in het parlement of in ministerraden,
maar in gedichten.
In het parlement hoort poŽzie.
Ministers moeten worden geschrapt in hun ambt en uit de taal.
Je kunt mijn kloten kussen, Europa.
Ik herhaal : je kunt mijn kloten op.
Iemand moet dit zeggen.
De vakbonden hebben de arbeiders in het graf geholpen.
Het graf is comfortabel.
De jeugd heeft mogen kiezen tussen een allesverpletterende liefde
en een spaarrekening. Ze heeft met de gretigheid van het eerste
voor het laatste gekozen.
Europa, je hebt ons onze jeugd ontstolen.
Sommige dingen moeten gezegd worden of ze de waarheid zijn of niet.
Europa, je hebt geen god die aan je zijde staat.
De economie is geen god.
Niets of niemand is een god wanneer het erop aan komt.
Het komt erop aan.
Ik ben ziek van je water, ziek van je lucht, ziek van je bodem,
ziek van wat je gezondheid noemt, ziek van het vuur
dat brandt in je fabrieken, ziek van de ether boven en onder je grondgebied.
Wanneer ga je met me naar bed, Europa, wanneer neem je me zoals ik ben ?
Ik ben een meter tachtig groot, ik heb atletiek beoefend,
nooit een kampioen geweest, ik hou van een vrouw
zoals een ander van een man zou kunnen houden,
mijn ouders hebben een boerderij gehad, Europa, je hebt hen onteigend,
ik heb nooit zwarte sneeuw gezien
omdat mijn ouders het me niet vertelden,
ik ben gelukkig geweest, ik ben ongelukkig geweest,
ik heb alles gehad wat een mens kan hebben behalve honger,
Europa, ik klaag niet, maar ik wil dat mijn zoon weet dat een brood
in de grond wordt gestopt voor het groeit.

Europa, ik zoek mensen om je te bestormen, om je te redden
uit de klauwen van zakenlui, managers, ministers
die ook maar arme luizen zijn in de vacht van het universum.
Europa, je bent in handen van de georganiseerde misdaad,
de legale en de illegale, en wij zijn allen schuldig.
Europa, je bent kapot.
Wij hebben te weinig gedaan om je overeind te houden.
Velen onder ons hebben geen revolutie gewild.
Sommigen hebben de schepen volgeladen die naar Amerika voeren.
Niemand heeft hen tegen gehouden.
Europa, je bent een woord op een wereldkaart.
Europa, in jouw rijk schijnt nooit de zon.
Europa, minstens enkele mensen zullen zich moeten organiseren
om aan je lijden een einde te maken.
Europa, ik ben een van hen.
Ik spreek niet tot de muren. Ook de mensen hebben oren.
Ik wil de monding van de Taag zien
zoals Cortez de monding van de Rio Grande zag.
Europa, armoede bestaat.
Tussen nee en nu ligt geen woord verschil.
Europa, je bent nu een continent in de taal die we spreken,
je zal een gat zijn in de taal die we zwijgen.

Elvis Peeters

(uit de bundel Wat overblijft is het verlangen, Uitgeverij van Halewyck, 2001)